Algemeen lid:
Linda Smidt (1959-1963)

Voor het gros van de mensen geldt dat opeenvolgende fases in hun leven staan voor stereotype ervaringen; zo ook voor mij.
De eerste tien jaar na "State" waren voor opleiding, het starten van een gezin (met twee dochters): L.S. was voltooid verleden tijd.
Het volgende decennium werd gewijd aan het uitbouwen van dat alles. Met enkele oud-Louisianen had ik nog regelmatig contact; L.S. hield de adressenlijst goed bij en omdat ik zo telkens ook uitnodigingen kreeg voor de reünies ging ik daar regelmatig naar toe.
Vanaf begin tachtiger jaren kwam een periode van problemen, verliezen (moeder, echtgenoot, vader), verhuizing. Ook op L.S. kwamen veranderingen, onder andere administratief. Al met al was ik lang niet op Louisa State - tot de opheffing met de Grote 2001-reünie.
Die gebeurtenis deed me emotioneel heel veel. Ik besefte hoezeer ik me zowel als Louisiaan als oud-Louisiaan met mijn lotgenoten, jong én oud, wezenlijk verwant en betrokken voelde.
Uitgenodigd om hieraan gestalte te gaan geven werd ik lid van dit bestuur, van twee dingen doordrongen: dat Louisa State nu onomkeerbaar niet meer bestaat, en dat nog vele jaren hierna Oud-Louisianen zullen bestaan die, zoals de ervaring leert, naarmate ze ouder worden steeds meer behoefte krijgen om de gemeenschappelijke banden uit die jeugd weer aan te trekken of op te frissen en daar iets mee en voor te kunnen doen.
Daarvoor MOET een permanent levend centraal punt blijven bestaan met een enthousiaste bemanning, waar ik mij graag bij heb aangesloten.

 

   
Terug